#SanderYNWA

“Wil je een soepie vriend?”
“Lekker ouwe dibbes.”
“Wil je er kaas bij?’
“Assie heb.”
“Tuurlijk. Ik heb ook broodjes gebakken.”

We zaten bij Sander in de keuken en aten soep. Zonder ballen.

“Soepballen zijn altijd van die sponzen.”

Hij was net weer uit zijn persoonlijke garage, het Erasmus MC ontslagen. Zijn vleespaleis was voor de zoveelste APK met grote beurt opgenomen, maar het was over nu.

“Mijn lever is kapot. Mijn lymfeklieren ook. Het is klaar vriend.”

“Heb je ook een boek meegenomen voor mijn broertje? Wel effe wat leuks in schrijven hè?”
“Tuurlijk, staat al een tekstje in.”
“Hoeveel krijg je van me?”
“Deze is van mij.”
“Ben jij gek. Ik betaal gewoon.”

Je sprak vol vuur over je grote liefde Isabel en over hoe trots je bent op je twee stamhouders. Hoe mooi de marathon dit jaar was en dat je geen moment twijfelde of Menno zou finishen. Je zat te schelden op Trump, we spraken over koffie en natuurlijk over Rotterdam en Feyenoord.

Met tomeloze energie zette je je in voor de Gers! Foundation. Met je humor en positiviteit wist je vele anderen te inspireren. Je Rotterdamse inborst kon relativeren als de beste. Schelden als een bootwerker kon je ook. Een mooie vent. Jij verstond de kunst van het leven.

Drie weken geleden namen we afscheid. Gewoon, zoals we altijd afscheid namen. Met een ferme handdruk en een manhug.

“Ik zie je snel vriend.”
“Zeker ouwe dibbes. Hou je taai hè.”

Geen koffie meer. Geen biertjes meer. Geen soep meer. De laatste app zal altijd onbeantwoord blijven. Die godverdomse kutkanker.

Ik ga je missen ouwe dibbes.

15 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *