Ik schrijf

Later word ik schrijver.

‘Dat is niet weggelegd voor jou, maar voor een select groepje. Voor anderen.’

Dat is wat ik te horen kreeg op de middelbare school toen ik uitsprak schrijver te willen worden. For a living. Een synoniem voor ‘wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje’. Dat bewust klein houden, die oerconservatieve Hollandsche inslag, dat quasi-veilige van elk mogelijk risico uitsluiten, dat onderdrukken van ambities die verder reiken dan een vast contract, die ‘doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’ mentaliteit; ik walg daarvan. Maar ik word erdoor omringd.

Gister had ik zo’n zelfde gesprek.

‘Je hebt geld geleend, je verhuurt je huis omdat je de huur niet meer op kan brengen, je zwerft rond, bent nu hier maar wil hier eigenlijk niet zijn; een stratenmaker zonder werk zoekt ook iets anders.’

En een paar maanden geleden kreeg ik de opmerking ‘moet je niet gewoon een baan zoeken?’ naar mijn hoofd gesmeten. Alsof je de lokale groenteboer die het moeilijk heeft, zegt dat hij zijn toko maar moet sluiten en een echte baan moet zoeken.

Ik schrijf. Dat ís mijn baan. Dat ís mijn werk. Dat leverde honderden artikelen in tientallen media op. Tot voor kort een prima belegde boterham ook.
In 2013 debuteerde ik met Villa Gladiola, een thriller die werd genomineerd voor de Schaduwprijs 2014 (beste debuut in het spannende genre) en een Hebban Award (eveneens voor beste debuut) en ik won unaniem de publieksprijs voor beste thrillerdebuut.
Dat smaakte naar meer en dat leverde vorig jaar Eeuwig Donker op. Inmiddels genomineerd in vier categorieën voor een Indie Award: Beste Boek 2017, Meest verrassende plottwist 2017, Spannendste boek 2017 en Mooiste cover 2017.
Er werden de afgelopen maanden 53 vijf-sterren en 19 vier-sterren recensies en rankings gegeven. Zeker 73 bibliotheken namen Eeuwig Donker op in de collectie.

Stoppen, opgeven, een “echte baan” zoeken. Dat zijn de adviezen die ik krijg. Ik zou het overwegen als dat wat ik produceerde helemaal kut was. Maar dat is het niet. Het is opboksen tegen een miljoenmiljard zaken, maar mijn stukken zijn goed, mijn boeken zijn goed en mijn derde boek wordt goed. En het wordt alleen maar beter.

Dat ik een eigenwijze, wispelturige, eigengereide klootzak kan zijn, weet ik ook wel. Dus de ‘fuck it, ik doe het zelf wel en ik ga door’ mentaliteit brengt me een berg aan (creatieve) vrijheid, maar evenzoveel problemen. Daar waar mijn journalistieke inkomsten al een jaar of twee langzaam opdrogen, daar heb ik aan de andere kant mijn laatste geld, plus geleend geld, gebuikt om Jalapeño Books op te zetten en Eeuwig Donker te schrijven en uit te geven.

Resultaat? Een wandelend cliché zijn: een armetierige schrijver.

Maar ik geef het niet op. Ik stop niet. En ik ga niet ergens op een kantoor wegkwijnen. Dat is niet wie ik ben.

Ik schrijf. En ik blijf schrijven. Dat het me relaties kost, mijn huis, mijn (financiële) onafhankelijkheid, een terugtrekkende haarlijn: allemaal van tijdelijke aard (behalve die haarlijn…).

Liever blut in mijn kist, dan een dag schrijven gemist, ofzo. Laat er maar een gezegde op los.

Maar ik schrijf. En ik blijf.

RÄV mét korting én uitnodiging voor de boekpresentatie reserveren kan hier.