Sneakpreview Tossa, hoofdstuk 5

Ik zwaai naar de tamme zoon voor nog een rondje bier. Die knikt lachend dat hij mij heeft gezien en begeeft zich naar de tap. Ik draai me weer om en kijk Flynn aan. Die zit met hangende schouders onderuit gezakt in zijn stoel. Maar niet op een relaxte manier. Het lijk alsof hij wil verdwijnen, onzichtbaar wil zijn en zijn zojuist gesproken woorden ongedaan wil maken zodat alles weer zou zijn hoe het was en deze mokerslag van een ogenschijnlijk achteloze opmerking niet als een bom was ingeslagen. Zijn gezicht is wit, nog witter dan dat van Raoul, wat zou kunnen komen van het vroege opstaan, maar wat waarschijnlijk komt door deze onheilstijding.

Flynn is de grootste van ons, een bijna twee meter lange boom van een vent en in de breedte passen er twee Timons in hem, terwijl die ook de kleinste niet is.
Oersterk is hij, met klauwen als kolenschoppen en poten als staalkabels. Al jaren heeft hij zijn eigen bouwbedrijf, waarin hij gewoon nog steeds dagelijks zelf op de bouwplaats aan het werk is. Geen kantoorklerk dus.
Die reus van een kerel zit nu met een wit weggetrokken gezicht ineengedoken voor zich uit te staren, niet bij machte een van ons aan te kijken.

Wanneer het verse bier is neergezet, het ‘Por favor caballerros’ geklonken heeft en wij iets minder opgetogen het glas aan de lippen zetten, is Timon de eerste die reageert.
‘Wat zeg je nou, Flynn?’
Flynn kijkt even op, lijkt iets te willen zeggen, maar er komt geen geluid uit zijn mond. In twee slokken tikt hij zijn biertje weg, gaat wat rechterop zitten, herpakt zich en neemt dan toch het woord.
‘Heb ik jullie dat verhaal al verteld van die gozer bij mij op de bouw die weleens een Viagra-pilletje neemt?’
We schudden gedrieën het hoofd.
‘Nou, die gozer dus, neukt zich helemaal suf. Hij heeft weleens gezegd dat hij een seksverslaving heeft en dus de hele dag bezig is met seks. Neuken, rukken, porno kijken, volcontinu. En hij neemt zo nu en dan een blauw pilletje zodat hij langer door kan. Gaat ook naar van die kinky feesten; hij is echt altijd bezig met seks. En ik had hem al een tijdje niet gezien op de bouw, dus ik vroeg twee weken terug waar hij was. Hij werkt als freelancer, dus ik dacht dat hij misschien een andere klus had, maar hij was bij ons nog niet klaar, dus ik wilde het wel even weten, begrijp je. Blijkt hij in het ziekenhuis te liggen. Want wat was er nou gebeurd, hij had een vrouw thuis gehad, via Tinder. Simpele seksdate, dus hij had een Viagraatje genomen. Het was duidelijk wat ze gingen doen nietwaar, dus hij dacht “hop blue pil erin en lekker de hele nacht doorrammen!”. Afijn, urenlang neuken, zij naar huis, hij nog steeds met die stijve tampeloeres in bed achterblijvend. En die gozer aan wie ik het vroeg is een goede vriend van hem, dus die geloof ik wel, want die zei “hij rukken nog, porno kijken, alles om te proberen die stijve te temperen”, want het ging inmiddels wel pijn doen. Die ochtend, die middag, die avond: stijve pik. Dag erna, nog steeds een stijve pik, die inmiddels blauw geworden was. Hij googelen wat hij zou kunnen doen om zijn stijve te minderen, maar niets hielp. Zak ijs op z’n kloten, drukken op dat stukje tussen je ballen en je reet weet-je-wel, maar niets hielp. Dag drie, zijn lul begint zwart te worden dus hij besluit ondanks de schaamte toch maar naar de huisarts te gaan. Die hem direct naar het ziekenhuis stuurt. Blijkt hij een bloedpropje ergens in zijn lul te hebben, waardoor het bloed niet terugstroomde. Had dus niet iets met die Viagra te maken, althans, niet dat z’n lul zo lang zo hard bleef. Die bloedprop kan dan wel weer komen van die Viagra, als bijwerking. En hij had geluk, zeiden de artsen, want als die bloedprop in zijn bloedbaan was terechtgekomen richting hart, longen of hoofd, had hij het loodje kunnen leggen. Maar ja, geluk is ook maar relatief, hè. Want wat denk je?’
Flynn zwaait voor een nieuw rondje richting de toog en zwijgt dan weer.
‘Nou, wat dan?’ vraagt Raoul ongeduldig.
‘Die lul van hem was afgestorven. Ze hebben zijn snikkel moeten amputeren, helemaal zwart was dat ding, dood als een pier!’
Heel even, een fractie van een seconde is het stil, we kijken Flynn aan die met een uitgestreken gezicht een beetje in de einder zit te staren.
‘Lullig toch,’ zegt hij dan, waarna we collectief de slappe lach krijgen om dit absurde verhaal.

‘Is dit echt gebeurd?’ vraagt Raoul met overslaande stem van het lachen. Kevin knikt.
Timon lijkt langzaam te stikken in een onbedaarlijke, maar stille lachaanval, hierbij zijn beide handen op de buik leggend. De stoïcijnse blik van Flynn maakt het geheel nog hilarischer, hij zit daar maar, voor zich uit te staren, zelfs geen glimlach op zijn gezicht.
‘Maar wat,’ hikt Raoul, ‘heeft dat… hahaha… te mahahahaken met… hahaha… die opmerking van je?’
Flynn haalt zijn schouders op, draait naar de bar en steekt vier vingers op voor het zoveelste rondje bier.
‘Y quatro tequila por favor!’ roept hij erachteraan.
‘O god nee,’ brengt Raoul uit, ‘geen shotjes!’
‘Jawel, we moeten het leven vieren. Voelen dat je leeft, in al je vezels.’

Wanneer de drankjes zijn neergezet, heft Flynn zijn glaasje tequila – zonder citroen en zout en andere frutsels, daar doen ze in deze strandbar niet aan.
‘Amigos,’ zo begint hij. ‘Dat ik hier weer mag zijn…’
Zijn stem hapert en wanneer ik met een schuin oog naar hem kijk, zie ik dat hij tranen in zijn ogen heeft, terwijl wij onze lachsalvo’s proberen te temperen, onderwijl ons nog steeds bewust zijnde van zijn opmerking.
‘Gast… wat is er nou?’ vraag ik met gedempte stem. De omgeving lijkt niet meer te bestaan, we zitten in een carrousel die langzaam draait, op de muziek van oude Spaanse volksmuziek. Het geroezemoes van de mensen om ons heen, de tamme zoon en zijn schelle lach, het breken van de golven op het steenstrand, het wordt allemaal gedempt.
Ik zie Timon en Raoul met serieuze gezichten naar Flynn kijken, dan weer naar elkaar, vervolgens naar mij. Bijna niet zichtbaar knik ik met mijn hoofd richting Raoul, een verkapte manier om woordeloos te vragen wat er gaande is. Hij haalt zijn schouders op, zijn hand nog in de lucht met de tequila, wachtend op het moment dat Flynn besluit zijn toost af te maken.
Die dept ondertussen de kleine zweetdruppeltjes van zijn voorhoofd, als kleine pareltjes die flikkeren in de zon. Hij neemt een diepe teug lucht, recht zijn rug, haalt zijn neus op en vervolgt dan zijn verhaal.
‘Dat ik hier ben, is een van de waardevolste dingen in mijn leven. Het is niet uit te drukken in geld, niet te vergelijken met andere gebeurtenissen of herinneringen. De voorgaande jaren waren allemaal fantastisch en dat ben ik me steeds meer gaan beseffen, zeker in de aanloop naar deze Tossa-reis. Deze laatste keer dat we dit doen, kúnnen doen. Dat maakt mij gelukkig. Maar zoals ik al zei, geluk is ook relatief. Want hoewel ik dit nog jaren zou willen doen, niets liever dan dat, is het voor honderd procent de laatste keer. Want ik ga dood. Proost!’

Hij slaat de tequila achterover en zet het glaasje met zo een klap terug op tafel dat het blad losschiet en alle glazen bier de lucht invliegen. Raoul krijgt een klets bier over zich heen, Flynn blijft onverstoorbaar zitten en Timon en ik aanschouwen weifelend dit bizarre decor. Bier druipt bij Raoul uit zijn haar, de witte shorts van Flynn kleurt biergeel en net zo hard als de klap van het glaasje keer ik terug in de werkelijkheid en komen alle geluiden en alle mensen direct bij me binnen. De carrousel is gestopt met draaien en werpt ons met een enorme kracht terug in het nu. De betovering is verbroken. Mensen op de boulevard blijven staan om te kijken wat er aan de hand is, de tamme zoon staat van schrik met zijn handen voor zijn ogen, de arm van een van de broers – vast zijn vader – om zijn schouder geslagen en de andere broer komt met een emmertje en een doekje aangesneld.
Ik sla mijn tequila achterover, gooi het glaasje op de hoop bij de andere glazen en sta op.
‘Je gaat dood?’ vraag ik.
‘Exactamente,’ antwoord hij doodgemoederd.
‘Wat, hoe dan, ben je ziek?’ stamelt Timon. Onderwijl probeert Raoul met zijn shirt zijn gezicht af te drogen en is de ene broer bezig het tafelblad terug te monteren. De toeschouwers op de boulevard zijn inmiddels doorgelopen nu ze door hebben dat er geen vechtpartij of iets van dien aard aan de gang is. Fucking ramptoeristen.
‘Tja, wat en hoe, wat zal ik zeggen…’
Hij staat op, pakt wat briefgeld uit zijn broekzak en loopt naar de bar. De tamme zoon krijgt een glimlach en een schouderklopje, waarna hij weer zijn vrolijke onbevangen lach laat zien, de ene, of de andere broer krijgt excuses en een flinke fooi.
‘Kom, we gaan een tafel voor de lunch reserveren bij Miguel,’ en Flynn loopt zonder nog iets te zeggen het strandterras af, ons verbouwereerd achterlatend.

Meer lezen? Van begin tot eind? Dat kan! Kijk bij Voordekunst.nl welke tegenprestatie ik jou kan leveren als jij me helpt van Tossa een bestseller te maken!